NieuwsTips

Tripel bier: heeft dat iets met kleur te maken?

Veel mensen denken dat een tripel automatisch een blond bier is. Dat is ook niet zo vreemd, want de meeste tripels die je tegenkomt zijn licht van kleur. Toch klopt die aanname niet. De term tripel heeft namelijk niets met kleur te maken, maar met de samenstelling en sterkte van het bier.

 

Wat betekent ‘tripel’?

‘Tripel’ verwijst naar de extractdichtheid van het bier. Dat is een maat voor hoeveel suikers er in het wort zitten vóór de vergisting begint. Hoe hoger die waarde, hoe meer vergistbare suikers en hoe krachtiger het bier uiteindelijk wordt.

De term vindt zijn oorsprong in abdijen, waar vaak meerdere bieren uit één brouwsel werden gehaald. Het bier met het hoogste aandeel suikers kreeg de naam tripel.

Met andere woorden: het was gewoon het zwaarste bier van de reeks. Vandaag vertaalt zich dat meestal in een alcoholpercentage tussen 7 en 10 procent en een vol, complex smaakprofiel.

 

De kleur? Die wordt bepaald door de mout

De kleur van bier ontstaat door de keuze van mout en hoe die wordt behandeld tijdens het brouwproces. Licht gedroogde mout zorgt voor een blond bier, terwijl sterker geroosterde mout leidt tot amberkleurige of donkere tinten. Dat proces staat volledig los van de benaming tripel. Een tripel kan dus perfect verschillende kleuren hebben zonder dat dit iets verandert aan de stijl of kwaliteit van het bier.

 

 

Waarom zijn de meeste tripels dan blond?

Dat is vooral historisch zo gegroeid. De bekendste abdijtripels waren blond en hebben zo het beeld bepaald van wat een tripel “hoort” te zijn. Maar eigenlijk gaat het bij een tripel om kracht, balans en vergistbaarheid, niet om kleur. Daarom zie je vandaag steeds meer variaties die bewust afwijken van dat klassieke beeld.

Een tripel kan dus net zo goed blond, amberkleurig of donker zijn. Onze Tripel 9 is daar een mooi voorbeeld van.